zaterdag 8 augustus 2009

Klaar voor de eilanden





Gisterenavond hebben we ons even in het Aziatisch vertier bij uitstek gestort: karaoke. Neen, zelf zingen hebben we niet gedaan. We hebben geobserveerd hoe je hier staande ovaties kunt krijgen als je kattenvals begint te zingen. Het is gewoon fenomenaal en dat gekweel heeft volgens ons onherstelbare schade aangericht aan ons goed ontwikkeld muzikaal gevoel. Kota Kinabalu is een vrij grote stad en ze ademt dan ook uit wat Azië anders maakt dan andere continenten. Je moet hierheen komen om te begrijpen wat we bedoelen. Het is een mix van allerhande elektronische spulletjes en gadgets, massa's kitch en levende reclame. Zo wandelden er gisterenavond plots 2 kortgerokte deernen de karaokebar binnen met draagbare en flashy verlichte vitrines vol lokale sigaretten. "Zou je die niet eens proberen?", vroeg Christel. En ik zei natuurlijk direct ja. Ze had het echter niet over de verkoopsters. Klein misverstandje dat al lang weer goedgemaakt is ;-)

In de voormiddag gingen we op wandel langs de zeekaai. Een veelheid van kraampjes en stalletjes stonden er op ons te wachten: verse vis en kreeftjes in de mooiste tropische kleuren, vieze gedroogde zeekomkommers ( very nice to make soup sir), 1000 keer dezelfde souvenirs voor de kuddes toeristen en heel wat dingen waar we de naam niet van kennen. Er is een binnenmarkt voor groenten en kip maar die lieten we na enkele minuten voor wat ze was. De geur van de rauwe kippen, volledig of verdeeld in alle mogelijke onderdelen, was echt misselijkmakend. Hier in Maleisië overdrijven ze over de Mexicaanse griep (Er heerst een collectieve smetvrees die lekker aangemoedigd wordt door de Eerste Minister en de pers. Er zijn 27 miljoen inwoners, 1400 gevallen van de griep en, hou je vast, 14 doden tot op heden. In de pers roept de regering op om alle geplande bijeenkomsten af te gelasten!? Elke dag zie je meer mensen met de gekende mondmaskertjes.) maar van Europese normen inzake voedselveiligheid is in de verste verte geen sprake. Al vinden wij al langer dat men in Europa zwaar overdrijft wat de voedselveiligheid betreft.

Leuk was wel dat we op een marktje eindelijk wat Salak, ook snakefruit genoemd, vonden. Een heel speciale vrucht met een schil als slangenhuid. Wat de smaakt betreft, die zit tussen zoete meloen en lichi. Ik leerde die kennen in Indonesië en had die sinds vorige zomer niet meer geproefd.

Na het nuttigen van heerlijk vers geperst vruchtensap gingen we richting Jesselton Point, de plaats van waaruit de speedbootjes vertrekken naar de eilanden voor de kust. We hebben inlichtingen ingewonnen en weten nu dat 90% van de toeristen kiezen voor de 2 grootste eilanden: daar staan restaurants en dergelijke dingen meer.
Niet ons ding dus varen we morgen voor dag en dauw naar een klein eilandje met enkel palmbomen, wit zand en een koraalrif vlak voor de kust. De rest van de dag brachten we door met het inslaan van mondvoorraad en enkele benodigdheden voor het snorkelen.

vrijdag 7 augustus 2009

Veilig aangekomen in Kota Kinabalu


Na een rustige vlucht zijn we probleemloos aangekomen in Kota Kinabalu, de hoofdstad van de provincie Sabah in het Oosten van Borneo.
We logeren er in het Best Western Daya Hotel en dat valt best mee. We zitten op wandelafstand van de zeedijk en van het punt van waar de speedbootjes vertrekken naar het Tunku Abdul Rahman Park: 5 paradijselijke eilanden voor de kust op amper 20 minuten varen. Daar kan je natuurwandelingen maken, snorkelen tussen de koraalriffen en lekker genieten van het tropenweer op de witte stranden. Ons hoor je niet klagen, de komende 5 dagen zal verveling absoluut niet in ons woordenboek staan. Niet dat dit anders het geval is ;-)

Vrijdag Vliegdag


Voila, we zijn klaar voor onze volgende vlucht. Rond 15u00 gaan we aan boord van de Boeing 737-400 van Malaysia Airlines die ons naar Kota Kinabalu zal brengen. We passeren onze tijd in het Starbucks koffiehuis dat je in zowat elke luchthaven kunt vinden. En als je bereid bent om een halve minuut reclame te bekijken dan kan je hier gratis op het internet surfen.
De luchthaven van Kuching is klein maar zeer modern. En zoals alle grote gebouwen hier in Maleisië ook super netjes.
We lezen op het web dat het in België puffen en zweten is. Hier blijft het super heet en vochtig. Al zorgt een briesje vandaag toch voor een beetje afkoeling. Goodbye Kuching and Kota Kinabalu, here we come!

donderdag 6 augustus 2009

Kip in bamboe en roggenvleugels met huwelijkssaus








Het was vandaag onze laatste dag in Kuching want morgen (vrijdag) vliegen we zo'n 860 Km meer naar het oosten van Borneo. We verlaten Sarawak en landen rond 16u50 lokale tijd in Kota Kinabalu (Sabah).

We hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om per tampang (watertaxi) de Sarawakrivier over te steken naar de linkeroever. Daar staat o.a. het 19de eeuwse Fort Margharita, door de Britse "Witte Radja's" gebouwd om de rivier en de stad te beschermen tegen aanvallers.
Het oversteken van de rivier in die wankele bootjes heeft wel iets. De kostprijs is amper 1 ringgit (20 eurocent)voor 2 personen. De bestuurders zijn allen hoogbejaarde mannen, iets wat ons even deed nadenken. Later op de dag, toen we de krotten zagen waar ze in woonden, werd het ons duidelijk. Pensioen, sociale zekerheid, ... in Maleisië stelt dit niet zoveel voor als bij ons. Het bedienen van de tampangs is overlevingseconomie voor die ouderlingen.

Het contrast tussen de linkeroever en de rechteroever is groot. Vanuit zijn planken boomhutje kijkt een van de tampangmannen recht op het Hilton hotel. Hij verdient per jaar niet eens genoeg om 1 overnachting in dat hotel te kunnen betalen. Dit zijn de werkende armen van Borneo.

Na ons bezoek aan Fort Margharita stopten we net voor de tampangsteiger aan een kleine zaak om wat vers drinkwater in te slaan. Je zweet het water hier sneller uit dan je het kunt drinken. Een sympathieke meneer was er bezig met het bewerken van dikke bamboestokken. Hij stelde zich voor als Al Fayed, eigenaar en uitbater van een pas opgestart eethuisje met de verschrikkelijke naam "Al Fayed's Daddy Recipe". Tot voor twee maanden werkte hij als verantwoordelijke catering en dranken in de lokale Holiday Inn. Maar hij had er genoeg van en was volop bezig zijn eigen zaak op te starten. Of we geen zin hadden om vanavond een tochtje over de rivier te maken en aansluitend zijn geheim recept " Kip klaargestoomd in bamboe met 15 jungle kruiden" te komen nuttigen?

Van de zonsondergang boven de rivier zagen we niets. Dit o.w.v. de zware 'haze', een mist van rook en fijn stof die afkomstig is van het afbranden van het regenwoud op het Indonesische gedeelte van Borneo. Duizenden hectaren uniek regenwoud wordt er vernield en wordt vervangen door eindeloze palmolieplantages. Palmolie die vooral door West-Europese landen opgekocht wordt om biodiesel van te maken. Ons milieugeweten wordt gesust door die biodiesel, de prijs hiervoor is o.a. de vernietiging van het meest diverse woud ter wereld.

Al Fayed is een kunstenaar in de keuken. Dat hoorden we al in de namiddag toen hij zat te vertellen over zijn gerechten. Dat proefden we des te meer toen we er 's avonds in het gezelschap van een wereldreizende Ier gingen eten.
Dit was het meest gevarieerde en het smakelijkste dat we sinds ons vertrek thuis hebben gegeten. Maleisische keuken, met liefde bereid en met graagte geconsumeerd. Op het menu stond de bamboekip met junglekruiden (gewoon zalig), 4 enorme gamba's die smolten als boter in de mond en roggenvleugels in 'huwelijkssaus' (Hij had ooit onverwacht 16 eters op bezoek uit het Hilton hotel, jonge trouwers en hun gevolg, en moest een saus improviseren met wat hij in huis had. De saus viel zo in de smaak dat hij hem verder verfijnd heeft en hem huwelijkssaus genoemd heeft.)Als visliefhebber weet ik dat er maar 2 soorten rog bestaan: hele verse rog en oneetbare rog (amoniak). Awèl, deze tropische rog viel onder de eerste categorie. Gewoon super!

We zijn nog lang blijven napraten over eten en kruiden en reizen en mensen en ...
Als je ooit in Kuching komt steek dan de rivier over. Amper 50 meter van de aanlegsteiger vind je op je rechterkant de zaak van deze meesterkok. Het is geen rijke mens als het over geld gaat, hij moet knokken om zijn gezin met 5 kinderen een toekomst te geven. Maar het is een van die mensen die met zijn talenten andere mensen rijker maakt. Rijk in de zin van eerbied voor wat je klaarmaakt en hoe je dat doet.
Met de aanwezige gasten en Al Fayed zijn we op zoek gegaan naar een betere naam voor zijn eethuis. Hij had een paar suggesties maar kon niet goed kiezen. Het is uiteindelijk "Al Fayed's Bamboe Restaurant" geworden. Doen!

Update: Met behulp van onze Ierse vriend heeft Anuan Al Fayed nu ook een website. Die kan je hier bezoeken: http://bamboochicken.freehostia.com/menu/

woensdag 5 augustus 2009

Slangen, apen en afzien in het Bako National Park










Vandaag was echt een dag om naar uit te kijken. We hadden via ons hotel een dagtrip geboekt naar het Bako National Park, het oudste en tezelfdertijd kleinste nationale park van Borneo. Zelf organiseren was niet aangewezen. Je moet per auto zo'n 35 minuten rijden vanuit Kuching. Op zich niet zo moeilijk maar er staan geen wegwijzers langs de wegen. Het park is enkel te bereiken via de zee. Dus moet je een jetty (klein snel bootje) zien te organiseren dat je er heen brengt en dat je vooral ook weer komt oppikken. Voor zo'n 200 Maleisische Ringgit (een kleine 40 euro)werden we door een vrolijke Chinees per minibus over hobbelige wegen naar het park gebracht, hadden we een privé jetty met bestuurder en een gids ter beschikking voor de ganse dag. Een middagmaal (rijst, noedels, fruit en allerhande niet nader te definiëren bereidingen) en de toegang tot het park waren eveneens inbegrepen. Qua prijs-kwaliteit kon dit wel tellen.

Een meevaller was ook het feit dat, behalve wij, alleen een sympathiek Italiaans koppel dezelfde trip geboekt had. Als je wat wildlife wil zien loop je best niet met een bus lawaaierige Nederlanders rond in de jungle.
[En nu hebben wij niets tegen Nederlanders maar diegenen die er rondliepen deden hun reputatie alweer een bedenkelijke eer aan. " KIJK HARRY, DAAR ZIT EEN NEUSAAP. WAT ENIG !!!! OOO, NU LOOPT DIE WEG !!!" Natuurlijk loopt zo'n wild dier bij zo'n kabaal weg voor je het kunt fotograferen :-/ Die noorderbuurvrouw wenste ik op dat moment echt van harte een plaatsje in een bloedhete, kapotte personenwagen met bijhorende sleurhut toe op de pechstrook tussen Lyon en Orange ]

Met z'n vieren stapten we in de jetty en we maakten kennis met onze gids. Het vervoer van en naar het park en het gidsen van bezoekers zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de vissersgemeenschap die nabij Bako leeft. Zo heeft de Britse professor (die indertijd het nationale park opgericht heeft) het ook gewild. De mensen leven letterlijk van het natuurbehoud.

Wegens het lage tij konden we niet aanmeren aan de houten kade. Dan maar schoenen uit, overboord gestapt en letterlijk op het strand geland zoals in de piratenfilms. Dat was eigenlijk wel een leuke ervaring. Met onze blote tenen tussen honderden minikrabben die hun uiterste best deden om hun holletje in het zand te bereiken alvorens ik mijn maat 44 neerzette. Onze gids deed het prima om de 'Borneo Adventure' toeristen te vermijden en ons naar zeer interessante en rustige locaties te brengen. We kregen direct de Neusapen (Nasalis larvatus) te zien die in de bomen rond het bescheiden bezoekerscentrum zaten te fourageren. Hun naam hebben ze echt niet gestolen. En het stelen lieten ze over aan de vele langstaartmakaken die vrij agressief het eten van niets vermoedende bezoekers kwamen wegpikken.

Na wat rondwandelen kregen we enkele groene Wagler's Pit Vipers (Tropidolaemus wagleri)te zien, mooie limoengroene en zeer giftige slangetjes die op en rond de takken lagen te rusten. Op zo'n momenten komt een 180mm Macrolens goed van pas. Kwestie van een veilige afstand te kunnen behouden tijdens het maken van wat plaatjes. Maar met gevaar voor eigen leven ( ;-) is het me toch gelukt om deze mooie slang op de gevoelige sensor vast te leggen.

De giftige adders gaven ons voldoende adrenaline in het bloed om aan het zwaarste stuk van de dag te beginnen. Een klim van 400 meter door het oerwoud, over een pad door de natuur gemaakt van kronkelende wortels van Meranti bomen en ficussen allerhande. Met rond je tenen mieren van enkele millimeters tot enkele centimeters groot. Een zo'n mier was zelfs in de jeans van onze gids gekropen en zat hem in zijn zitvlak te bijten. Die spurtte snel de bosjes in om zich op zedige maar vooral snelle wijze van het ondier te bevrijden. Yep, in het oerwoud maak je wat mee.
Vastgrijpen aan de takken rond je heen tijdens de klim is ook niet zo'n goed idee omdat veel van die oerwoudplanten lange en vlijmscherpe stekels dragen.
Op zich is 400 meter klimmen nu niet zo'n uitdaging, maar bij 37°C in de schaduw en 100% luchtvochtigheid is het gewoon de hel. Het was echt afzien en we voelden gewoon de energie uit ons lichaam wegtrekken. Hadden we maar wat meer gegeten bij het ontbijt, want onze suikers waren op toen we het bloedhete plateau bereikten op de top.

En waarom moesten we klimmen? Om de vleesetende bekerplanten (Nepenthes) in hun natuurlijke omgeving te kunnen zien. En dat was, zeker met de info van onze goedmenende, snijtandloze, gids echt de moeite van het klimmen waard. 5 verschillende soorten op een oppervlakte van een paar honderd vierkante meter, ook hier toonde Borneo zich van zijn meest gevarieerde kant.

Na de minstens even vermoeiende (en vrij gevaarlijke) afdaling door het regenwoud gingen we iets eten. Eindelijk suikers, we voelden ons direct weer wat opfleuren. Het gaf ons net genoeg energie om via een houten pad boven de door het getij onderlopende mangrovebossen onze jetty te bereiken. Rustig laveerde onze bestuurder de jetty tussen de hoge mangroves om dan, na het bereiken van de volle zee, alle PK's open te gooien. Tussen het opspattende water van de Zuid-Chinese Zee bereikten we de beroemde rotsen die door erosie allerhande vormen hadden gekregen. Het uitzicht was puur Expeditie Robinson, ons uitgeputte gevoel achteraf ook.

Ja, ik heb weer een paar keer gevloekt op de kilo's lenzen in mijn rugzak. Maar de unieke beelden die ik vandaag kon schieten maken dat allemaal goed. Met veel dank aan Christel natuurlijk die het o zo nodige drinkwater meesleurde en mijn boetetocht (die van Veurne is er niets tegen) draaglijker maakte door af en toe een zware lens mee te sleuren. In Ierland levert de beklimming van de heilige berg 'Croagh Patrick' een paar jaar absolutie op voor de zonden die je nog moet begaan. Ik ben op Croagh Patrick geweest en als ik die klim vergelijk met wat we vandaag gedaan hebben dan zijn we goed voor de komende 15 jaar stevig zondigen. Met volledige absolutie erbij en 12 volle aflaten er zomaar bovenop. Pfft, zo afzien voor een vleesetende plant. We zijn eerlijk gezegd gelukkig dat we dit allemaal met eigen ogen mogen zien en dit allemaal mogen beleven. En wat dat zondigen betreft ... daar schrijven we lekker niets over op deze blog ;-)

dinsdag 4 augustus 2009

It's bloody hot in South East Asia


Morgen vertrekken we voor dag en dauw naar het Bako National Park, een schitterend natuurgebied in de buurt van Kuching. We hopen er de zeldzame neusapen te zien. Maar qua landschap (rotsformaties, mangrovewouden, ...) is het op zich al de moeite waard. Op dit Youtube filmpje krijg je alvast een idee van wat we er gaan zien.



Vandaag is het hier echt bloedheet. In de schaduw gaan de temperaturen makkelijk boven de 40°C. Omwille van de zeer hoge luchtvochtigheid (> 90%)verdampt je zweet niet. Gevolg zijn stromen en stromen zweet die je bij de minste inspanning kletsnat maken.
Vanmorgen kozen we daarom voor een lekker lange brunch en de namiddag brengen we door in en rond het openbaar zwembad van Kuching. Energie opdoen voor onze trip doorheen het oerwoud van morgen.

Tussendoor kuieren we wat doorheen de vele straten met hoofdzakelijk Chinese ambachtslui: meubelmakers, schoenmakers, goudsmeden, ...
Moeten er nog Chinezen zijn? Er zijn er echt wel heel veel hier op Borneo. Ik herinner me van mijn bezoek aan Indonesië vorig jaar dat daar de Chinezen als tweederangsburgers aanzien worden. In Maleisië is dat niet zo. Er is hier een even vrolijke mix van rassen en godsdiensten als in Singapore.

maandag 3 augustus 2009

Een koloniaal verleden



Borneo heeft veel natuurlijke rijkdommen. Vandaag is de productie van aardolie er zeer belangrijk. Maar de Britten kwamen hier indertijd specerijen (peper), cacao en tropisch hout oogsten (of was het pikken?). Kuching was de stad van het centrale gezag van dit koloniale rijkje dat bestuurd werd door de Witte Radja's.


De geschiedenis van Sarawak is zo opwindend als een "bestseller", boordevol met wilde avonturen en romantische verhalen. Toen de Britse avonturier James Brooke in het jaar 1839 hierheen kwam, was er juist een opstand bezig tegen de Sultan van Brunei, want hij regerde het land. James Brooke koos de kant van de Sultan en hielp hem om deze opstand neer te slaan. Als dank maakte de Sultan hem in 1841 radja van Sarawak. Daarna volgde zijn neef Charles hem in het jaar 1868 op. Op de troon zat nu de tweede zogenaamde "Witte radja van Sarawak". Daarna volgde zijn oudste zoon Charles Vyner hem op in het jaar 1917 en dat was de laatste van deze stam. (bron: http://www.visitmalaysia.nl/sarawak.htm )


In de stad zijn heel wat koloniale gebouwen bewaard en ze zijn nog steeds in gebruik. En de Britten ...? Die logeren nu in het Hilton Hotel.


Een overblijfsel van de koloniale tijd zijn de riviertaxi's. Bij gebrek aan bruggen over de Sarawak rivier moet je gebruik maken van de Tampangs, een soort sampans die je voor een prikje over de rivier vervoeren. Morgen proberen we die uit.

De geuren en kleuren van het Oosten





We zijn zoals gepland onze dag gestart met een ontbijt in het Hilton hotel. Prima verzorgd maar eenmaal je zo'n hotel binnenstapt ben je plots zo ver weg van datgene wat landen als Maleisië zo uniek maakt. Nu, we hebben er van genoten en dat mocht wel voor die prijs.

Sedert ons vertrek uit Brugge zijn we bijna non-stop op stap geweest. Daarom stond er vandaag een rustige verkenning van Kuching op het programma. De buurt rond de hotels en de verzorgde promenade langs de rivier zijn nogal toeristisch. De meeste toeristen zijn Maleisiërs, westerlingen maken hoogstens 5% uit van het straatbeeld.

Als je de toeristenwinkels links laat liggen en een kilometer verder stapt, dan kom je in het echte Kuching terecht. Een bruisende mix van mensen die kopen en verkopen, die praten en eten en die op de onvermijdelijke brommertjes door de stad tuffen.

De geur van de stad is een vreemde mengeling van rijpe vruchten en gedroogde vis en dat alles omgeven door een wolkje peper, een van de specerijen die geteeld worden op Borneo. De stalletjes bulken van de superhete rode pepers, kruidenmengelingen in de mooiste kleuren, mooie en kitscherige stofjes voor de dames, namaak Rolex horloges, Nokia gsm's, ... je kan het je zo gek niet voorstellen of het wordt wel ergens te koop aangeboden.

Wat heel leuk is, is dat de lokale bevolking je aankijkt met vragende ogen naar een begroeting. Als je er op reageert, wat we natuurlijk doen, dan word je bedankt met een vriendelijke groet, een verlegen glimlach van de jonge meisjes en heel vaak een kort praatje. Ik zie er al tegen op om weer in Europa rond te stappen waar we met zijn allen ons best doen om op straat rond te lopen alsof we er alleen zijn. Hier zijn wij echt vreemdelingen, we vallen minstens evenveel op als een Gambiaan die door Brugge fietst, we worden nergens aangeklampt om ons dingen aan te smeren. Hier zijn wij duidelijk welkom en mensen vragen naar wat uitleg over wie we zijn en waar we vandaan komen.
Ik voel me beschaamd als ik er aan denk hoe we in Vlaanderen omgaan met mensen die ons vreemd zijn. Je moet maar eens het forum van De Standaard en Het Laatse Nieuws lezen om het te weten.
Het verwondert me hier steeds minder dat er zo'n onveiligheidsgevoel bestaat bij ons. We zijn eenzaam in onze weelde en rijkdom en het menselijke contact is beperkt tot een kringetje van intimi. Met alle gevolgen vandien voor die mensen die geen vriendenkring meer hebben.

Oude mensen worden hier zonder uitzondering begeleid door jongere familieleden. En zoals in heel veel landen in het Zuiden is de bevolking hier opmerkelijk jong. Een paar maanden geleden vroeg een Congolese collega me, na zijn eerste bezoek aan België, waar de jongeren waren in ons land. "Ik zie alleen maar oude mensen", zei die. En eigenlijk zat er wel waarheid in zijn uitspraak. In een land als Maleisië valt dit des te meer op. Hier is de straat van de jonge mensen en ze doen die straat leven en bruisen.

Maar genoeg beschouwingen, we mogen niet beginnen idealiseren en wij zijn uiteindelijk met vakantie.
Straks gaan we na zonsondergang genieten van een Chinese fondue met vis en zeevruchten op lokale wijze. Goed gekookt weliswaar.

zondag 2 augustus 2009

Eerste indrukken uit Kuching




In de tropen is het rond 6u 's avonds al redelijk donker aan het worden. We hadden nog de tijd voor een eerste wandeling langs de oevers van de Sarawak rivier. Daar was een menigte samen voor een heuse regatta waarbij teams het in zeer lange kano's tegen mekaar opnemen. Dat hebben we net gemist.
Maar de avond is hier zo mooi, ook zonder regatta. We laten het over ons komen en genoten met volle teugen van al dat moois én van de eerste spontane contacten met de inwoners van Kuching. Een aantal gingen zeer gewillig voor de lens staan. Toffe en gastvrije mensen die Maleisiërs.

Veilig aangekomen op Borneo






De jetlag is stilaan aan het verdwijnen dus opstaan ging al iets vlotter vandaag. Het is zondag dus Singapore was zeer rustig. Op amper 15 minuten bracht een taxi ons naar de indrukwekkend mooie luchthaven Changi. Met een ondertussen legendarisch geworden vriendelijkheid zette de taxichauffeur ons vlakbij de juiste incheckbalie af. De eerste test van ons kunnen inzake reizen in mekaar boksen enkel en alleen via internetboekingen kwam er aan. Zouden ze ons verwachten bij Malaysia Airlines?

Jawel hoor, met een smile van hier tot ginder zorgde een Maleisische schone voor het vlotte inchecken van onze bagage. En na het gebruikelijke passeren van de tijd in de transitzone gingen we aan boord van de 737-400 die ons naar Kuching zou vliegen. Kuching is de grootste stad van Sarawak in Maleisisch Borneo.

Na amper 1u10' vliegen boven de Zuid-Chinese zee zette de piloot het vliegtuig veilig neer. Over de kwaliteit van de vlucht zijn de meningen verdeeld. Aan boord was alles ok, lekkere lunch, knappe stewardess ;-), ...
Maar in zo'n kleinere 737 voel je natuurlijk veel meer dat je vliegt. In de mastodonten van Emirates heb je amper een vliegsensatie, maar in die kleintjes ... Een turbulentietje hier, een kort bochtje daar, een beetje snel opstijgen en nog sneller dalen, ...

I just love it maar Christel, voorzichtig uitgedrukt, iets minder.

We moesten een pak immigratiepapieren invullen en 2 documenten i.v.m. de Mexicaanse griep. Komen jullie uit een land met deze griep? ... Ja natuurlijk, dat virus zit ondertussen overal.

Op de luchthaven was het wel menens. We werden met een speciale camera gescand op griepsymptomen en alle personeel liep er rond met megadikke mondmaskers alsof wij op het punt stonden om Ebola of het Marburgvirus binnen te smokkelen. Waar dat goed voor is weet ik niet, de mensheid heeft blijkbaar nood aan af en toe een angst voor een onzichtbaar virus [ dat tot nu toe milder is dan een gewone wintergriep, maar dat lezen de mensen blijkbaar niet ].

Maar goed, opnieuw een stempel in ons paspoort en we mogen hier wettelijk 90 dagen blijven.

Ons hotel ligt deze keer niet in het red light district maar recht tegenover de Hilton van Kuching (dit doet me denken aan Hyacint Bouquet " Ja hoor, een sjieke vakantie, we sliepen recht tegenover de Hilton ;-)

We overnachten in het Tune Waterfront Hotel, een soort Ryanair onder de hotelketens. Voor amper 100 euro (echt waar!) hebben we 5 nachten lang een zeer ruime kamer met airco, proper sanitair & douche, draadloos internet, safe en natuurlijk een bed. Allemaal zeer basic maar netjes en aangenaam. Meer moet dat niet zijn.

Morgen starten we de dag wel met een uitgebreid ontbijtbuffet in, jawel, het ontbijtcafé van de Hilton.