zaterdag 15 augustus 2009

Kuala Lumpur here we come!


Zondag vliegdag. De laatste binnenlandse vlucht met Malaysia Airlines van onze rondreis brengt ons 1.800 Km naar het westen. Meer bepaald naar de hoofdstad Kuala Lumpur. Daar blijven we 2 nachten alvorens de terugreis naar Singapore aan te vatten. En die laatste etappe doen we over land met 1 tussenstop in Malakka, de oude koloniale stad. We stijgen op rond 11u35 (5u35 in België) en de landing is voorzien rond 14u30 lokale tijd.

Bye bye Borneo, Kuala Lumpur here we come!

Een hotel vol Aussies








In en rond Sandakan speelde zich een van de tragische verhalen af van de Tweede Wereldoorlog. Na de val van Singapore verscheepten de Japanners zo'n 2700 Australische en Britse soldaten naar Sandakan. Daar moesten zij met niets meer dan hun blote handen een militair vliegveld aanleggen. In de beginperiode werden ze relatief goed behandeld. Dat veranderde toen de Japanners ontdekten dat de krijgsgevangenen over een zelfgebouwde radio beschikten en dat ze contacten hadden met het lokale verzet.
De Japanse geheime politie (Kempei-tai) sloeg meedogenloos toe en na hun acties bleven er nog 2.434 gevangenen over voor wie het regime zeer hard en strikt werd. Over hoe zij behandeld werden lees en hoor je hier veel getuigenissen die je enkel kunnen doen walgen. Ook Maleisische, Chinese en Indonesische burgers, vrouwen en kinderen incluis, werden als slaven ingezet door de Japanners.

Toen in 1945 de oorlog in het nadeel van Japan begon uit te draaien beslisten ze om de uitgemergelde gevangenen te verplaatsen naar Ranau, een dorpje op de flanken van Mount Kinabalu. Dit gebeurde te voet in wat nu bekend staat als de 3 dodenmarsen van Sandakan. Wie te zwak was om er aan te beginnen werd geliquideerd, van de anderen stierf de helft onderweg en de andere helft na aankomst. Amper 6 Australische soldaten konden ontkomen in de jungle en overleefden de hel dankzij hulp van lokale bewoners.

Meer info over de dodenmarsen op http://www.sandakan-deathmarch.com/

Vandaag werd dit herdacht met een plechtigheid aan het Sandakan Memorial. Dat was te merken aan de aanwezigheid van Australische militairen en burgers van het vaderlandslievende type. Een best sympathieke maar nogal praatzieke Australiër bood ons aan om mee te gaan naar de plechtigheid met de bus van het gezelschap. Toen we echter zagen dat het hele gebeuren al rond 7u 's ochtends startte en amper 40 minuten zou duren (waarvan 38 minuten toespraken) hebben we maar beslist om niet mee te gaan.

Vandaag hebben we Sandakan city verkend. Het is een groezelige haven en industriestad die nogal onveilig aanvoelt. De stad is een belangrijk handelscentrum, vooral voor de handel in tropisch hout dat via de Kinabatangan River (Sungai Kinabatangan) aangevoerd wordt uit het binnenland. De rivier is 560 kilometer lang en is daarmee de tweede grootse van Borneo.
Sandakan is ook een trekpleister voor Filipijnse en Indonesische migranten die in paalwoningen rond de stad verblijven in de hoop er een beter leven te kunnen opbouwen. Van dat betere leven is vooralsnog weinig te merken. De armoede is zelfs zichtbaar in de materialen waarmee de kleine moskeeën gebouwd worden. De wanden zijn van golfplaten gemaakt en de kleine koepels van blik. De migranten worden ook hier als goedkope werkkrachten ingezet in de industrie en de bouwnijverheid. We zagen enkelen van hen met niets meer dan een lijn en een haak vissen in het zwaar naar petroleum riekende water van de haven.Vermoedelijk een wereld van verschil met de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur waar we morgenochtend in 1 ruk naar toe vliegen.

Dit betekent dat we nog 1 nacht doorbrengen op Borneo. Het einde van een verblijf dat ons heeft laten proeven en genieten van de natuurpracht en de boeiende culturen op dit derde grootste eiland ter wereld. Maar dat ons ook geconfronteerd heeft met de bedreigingen voor al dat schoons. Met op kop de niet aflatende kap en verbranding van het tropische regenwoud om het te vervangen door groene woestijnen vol palmolieplantages. Als we het woord biodiesel zullen horen in de toekomst, dan zal dat niet meer kunnen zonder te denken aan de Orang Utans, de dwergolifanten en de Sumatraanse neushorens wiens voortbestaan ernstig bedreigd wordt. En dan zeggen we nog niets over de nog vele onbekende planten en dieren die verdwijnen voor ontdekt kan worden welke eventuele meerwaarde ze kunnen hebben voor de mensheid.
Wie zijn wij echter om te gaan oordelen of veroordelen. Om hier te geraken en dit alles te zien is menig liter vliegtuigbrandstof verstookt. En voor de inwoners van Borneo zijn de plantages vaak het enige wat hen scheidt van een leven in extreme armoede.

Onze reis zit er echter nog niet op. Nu wacht ons het Maleisische schiereiland.

vrijdag 14 augustus 2009

Over camouflage gesproken



Borneo kent een onwaarschijnlijke verscheidenheid aan insecten waarvan er velen weinig of niet gedocumenteerd zijn. Op een witte muur vond ik dit exemplaar. Een insect dat zich camoufleert als een groen blaadje met nerven en al om aan het oog van zijn mogelijke vijanden te ontsnappen. Wat het is, een wandelend blad of een soort struiksprinkhaan, zal studiewerk zijn voor thuis.

Verre verwanten in Sepilok







Een twintigtal kilometer buiten Sandakan ligt Sepilok, een van de rehabilitatiecentra voor Orang Utans. Deze centra vangen vooral weesjes op die hun moeder verloren. Die moeder verliezen ze niet zomaar. Een vrouwtje Orang Utan (dit betekent letterlijk "Persoon uit het Woud") zal nooit of te nimmer haar baby alleen laten, tenzij ze zelf gedood wordt. Dat doden is iets wat te maken heeft met het steeds verder vernielen van het regenwoud op Borneo om land vrij te maken voor palmolieplantages. Ik had het al eerder over de perverse effecten van onze vraag naar biodiesel. Het vernietigen van de habitat is de voornaamste oorzaak van het dreigende uitsterven van deze tweede grootste apensoort op aarde. Orang Utans komen enkel voor op Borneo en op het Indonesische eiland Sumatra. Op Borneo leven er nog amper 20.000 in het wild, op Sumatra zijn ze zeer zwaar bedreigd.

De weesjes in Sepilok komen vaak uit het diepe binnenland van Borneo. Daar worden ze uit onwetendheid als huisdier gehouden door dorpelingen. Regeringsprogramma's zorgen er echter voor dat er steeds meer melding van gemaakt wordt als er ergens een Orang Utan in gevangenschap gehouden wordt. De kleintjes worden dan opgehaald en starten een rehabilitatieprogramma dat tussen de 5 à 10 jaar duurt alvorens ze klaar zijn om zelfstandig in het wild te leven. Sommigen wennen nooit meer en blijven de rest van hun leven rond Sepilok wonen.

De Orang Utans worden vanaf hun vierde jaar weer losgelaten in het regenwoud rond het centrum. De eerste jaren wordt er wel 2 keer per dag eten gelegd op enkele voederplatforms. Als je het centrum bezoekt is zo'n voederplatform het enige wat je te zien krijgt. De 'nursery' is verboden terrein voor het grote publiek. Iets wat zeer goed te begrijpen valt als je het gedrag ziet van de kuddes toeristen die hier via veel te dure dagtrips gelost worden.

Zelf hadden we er iets meer van verwacht. Daarom enkele tips voor reizigers die van plan zijn om Sepilok zelfstandig te bezoeken:

1. Laat je niet verleiden tot het boeken van een georganiseerde trip naar Sepilok. De prijzen draaien rond de 270 Ringgit per persoon all in. Je krijgt er wel een gids voor maar het park bestaat enkel uit een houten looppad door de jungle tot aan de voederplaats en terug. Veel kan die mens je niet vertellen voor je geld.

2. Je kunt een lokale bus nemen (bus n° 14) vanuit Sandakan voor geen geld (3 ringgit pp), dan doe je wel lang over de rit en we ondervonden aan den lijve dat de dienstregeling niet je dat is.

3. Een taxi is zeer handig, vergeet niet om over de prijs te onderhandelen met de chauffeur. Wij betaalden voor de heenrit 40 ringgit en voor de terugrit 30 ringgit.

4. De voedertijden zijn rond 10u en rond 15u. Probeer een half uur vroeger aanwezig te zijn om een goede plaats te bemachtigen voor de kuddes ( lawaaierige!!) toeristen er aan komen. Zijn mensen nu te dom om te begrijpen dat ze hier niet in een zoo lopen maar in een vrije omgeving met dieren die terug wild moeten worden? Die toeristen worden allemaal op een kijkplatform gezet links van de voederplaats. Doe dat niet en blijf rechts staan. Véél rustiger en met een beter zicht op het gebeuren.

5. Neem een reserve t-shirt of hemd mee want het is bloedheet en vochtig. Dit betekent dat je zelfs zonder enige inspanning binnen de 10 minuten kletsnat bent van het zweet.

6. Om een beetje foto's te maken heb je een stevige telelens nodig. Ik gebruikte voor de bovenstaande plaatjes een 400mm lens en dat was niets teveel.

De aanblik van de jonge apen was wel vertederend. En de rangers hadden het vooral druk met het wegjagen van de Makaken die een graantje kwamen meepikken van het voedsel op het platform. Wat ook meegenomen is, is de pracht van het regenwoud. Zo'n weelde aan planten die zeer herkenbaar zijn. Want wij houden ze als kamerplanten. De gekende vingerplanten, ficussen, Dieffenbachia's, ... Ze groeien hier als onkruid op en onder de metershoge bomen. En ook hier zagen we vlinders in de mooiste kleuren.

Conclusie: als je in de buurt bent is het bezoeken van Sepilok een must. Trek er wel niet meer dan een halve dag voor uit en organiseer je uitstap zelf. Het kostte ons 70 ringgit per persoon(taxi + toegangsticket + kleine bijdrage voor een fotografeervergunning). Da's maar liefst 200 ringgit minder dan wat de touroperators je aanrekenen. Als je het met de bus doet ben je amper 47 ringgit per persoon kwijt.
Wij bekijken het positief. Via onze toegangstickets hebben we een beetje bijgedragen aan het werk van de mensen in Sepilok en aan het instandhouden van deze prachtige mensapen. Wie verder wil gaan kan zelfs een aapje adopteren via http://www.orangutan-appeal.org.uk/.

donderdag 13 augustus 2009

Een lekker luie verjaardag





We hebben al wat afgereisd en rondgestapt de voorbije weken. En vandaag is Christel jarig. Dus besloten we om er een lekker luie dag van te maken aan het zalige zwembad van ons hotel.
Zelfs hier word je met de natuur van Borneo geconfronteerd: eekhoorntjes en wilde orchideeën in de palmbomen, reuzegrote vlinders op de bloemen en varanen in de "tuin" van het hotel. Die tuin is niets minder dan het regenwoud.

Dit was het voor vandaag. Wij genieten verder.
Borneo out.

woensdag 12 augustus 2009

Goed aangekomen in Sandakan


Een rustige vlucht van amper 50 minuten. Meer hadden we niet nodig om van Kota Kinabalu in Sandakan te geraken. Een klein ogenblik turbulentie toen we over de bergen vlogen was het enige ongemak. Voor zover je dit een ongemak kunt noemen. Leuke kisten die Fokkers. Door het geluid van de propellers waan je je even in een grote bommenwerper uit de oorlogsfilms rond WO II. Dixit Christel.

Een geschifte Chinese taxichauffeur bracht ons naar het Sabah Hotel waar we tot zondag verblijven. Die mens kon maar 3 dingen zeggen: " You Orang Oetan, hi hi", "You England?" en "Me China". En wat we ook zeiden, het antwoord bleef "Me China, hi hi."

We zijn onze reis zéér budget begonnen met het kleine hotelletje in Singapore. En in mijn voorbereiding heb ik er voor gezorgd dat de kwaliteit van de hotels steeds iets beter wordt. Niet dat de rest niet ok was. Maar het Sabah hotel biedt luxe voor een ongelooflijk lage prijs. Amper 35 euro per nacht voor 2 personen, inclusief ontbijtbuffet, airco op de kamer, gratis draadloos internet, toegang tot het prachtige buitenzwembad, enzovoort, enzovoort. We verblijven in de Borneo vleugel, een 40-tal ruime kamers rond een binnentuin met palmbomen en exotische planten. Morgen is Christel jarig, dus het mocht wel ietsje meer zijn.

Na onze vlucht gingen we in een van de hotelrestaurants een buffet proeven, à volonté Chinese, Maleisische en enkele Europese bereidingen voor de ronde som van 7 euro per persoon. Met dessertbuffet erbij.

Eigen foto's heb ik nog niet, het is hier al pikkedonker natuurlijk.
Maar de geïnteresseerden kunnen de website van het hotel eens bezoeken: http://www.sabahhotel.com.my/. Je weet nooit dat je zin krijgt om hier even langs te lopen ;-)

Woensdag vliegdag



We bevinden ons nu in de luchthaven van Kota Kinabalu. Tijdens de vlotte incheck vernamen we dat ons vluchtnummer veranderd is. Wegens het kleine aantal passagiers dat op dit uur (vertrek 19u50) de korte vlucht naar Sandakan maakt vliegen we met een ander vliegtuigtype. Niet de geplande 737-400 maar een Fokker 50. Zelf maakte ik binnen Europa al meerdere vluchten met dit soort vliegtuig. Maar voor Christel wordt het een eerste ervaring in een kleiner vliegtuig. Niet met straalmotoren maar met turbo props (propellers)en maximaal 50 passagiers aan boord. Hiermee maken we het einde van een tijdperk mee want Malaysia Airlines is volop bezig om de Fokkers uit dienst te nemen en te vervangen door ATR 72's. We komen vermoedelijk rond 21u00 aan in de luchthaven van Sandakan, helemaal in het Oosten van Borneo.

Foto credits: http://media.photobucket.com/image/mas%20fokker%2050/daikong/MASWings_Fokker_50.jpg

dinsdag 11 augustus 2009

Another day in paradise








Het was vandaag onze laatste volle dag in Kota Kinabalu want morgenavond vliegen we naar onze laatste én verste bestemming op Borneo: Sandakan gelegen aan de Sulu zee en vlakbij de Filipijnen. Terwijl ik dit schrijf (het is hier ondertussen al 21u30)plenst buiten de allereerste tropische regenbui sinds onze aankomst in Zuid-Oost Azië in alle hevigheid neer. Met licht en klankspel erbij. We hebben weer geluk want we zijn net terug gewandeld van ons avondmaal in een plaatselijk Chinees restaurant. Weer zo'n eetgelegenheid waar je je ogen uitkijkt als je de menukaart leest. Zeekomkommers, harige zeeslakken, haaienvinnen, tropische vissen en kreeften en kreeftjes in alle vormen, maten en kleuren. Bij het binnenkomen passeer je langs een enorme wand waar zeer grote aquariums 4 hoog gestapeld staan. Al die lekkere en ook vieze zeebeesten worden hier levend aangeboden. Wie dat wil kiest er eentje uit en betaalt per kilogram. Voor iedere keuze die je maakt biedt het restaurant tot 10 bereidingswijzen aan. Het zicht op die aquariums had iets indrukwekkends maar tezelfdertijd ook iets triestigs. Net de dodenrij in een Amerikaanse gevangenis waar levende wezens op hun executie zaten te wachten. Als ik denk aan datgene waar Gaia zich bij ons soms druk over zit te maken ...

Wij hebben het bij een eerder traditionele Chinese maaltijd gehouden met noedels, beetgaar gekookte groenten waarvan eentje zeer exotisch, zoetzure kip en haaienvinnensoep met een soort Sint-Jacobsvruchten. Ik weet het, het haaienbestand lijdt ernstig onder de visserij. Maar voor 1 keer heb ik mijn ogen gesloten om het echte ding eens te proeven. Moge het mij vergeven worden.

Voor de rest was het opnieuw een dag in het paradijs. Kort voor de middag stapten we aan boord van de jetty die ons aan de gekende hoge snelheid naar de eilanden bracht. We kozen deze keer voor het eiland Mamukan. En dat was een goeie keuze want op het warmste van de dag konden we er een mooie wandeling door het prachtige regenwoud maken. Dit onder de begeleiding van talloze hagedissen, opnieuw een grote varaan en zwart witte vlinders (vermoedelijk de Smaller Wood Nymph -Ideopsis Gaura) met een spanwijdte van minstens 10 cm die door het woud zweefden. Zelfs onder het bladerdak was het bloedheet en binnen de 15 minuten waren we weer kletsnat van het zweet.

Na het middagmaal op het strand doken we de zee in voor een verkenningstocht met snorkel en duikbril. Wat we te zien kregen was vele malen indrukwekkender dan maandag op het eiland Mamutik. Koralen met een omtrek van 2 meter, fel okergekleurde zakpijpen, poetsvisjes die grotere vissen ontdeden van hun parasieten, anemoonvissen die schijnaanvallen uitvoerden als we wat te dicht bij hun anemoon kwamen, en voor de rest tientallen soorten vissen die mekaar de loef afstaken met hun kleurenpracht.
Het water was zeer helder vandaag, zo helder dat ik vanop de steiger foto's kon maken van enkele vissen.
Tja, er bestaan slechtere manieren om een doordeweekse dinsdag door te brengen.
Rond de klok van vijven werden we opgepikt door een jetty met 2 cowboys van dienst aan het stuurwiel. De 2 motoren van 100 Pk loeiden toen ze de gashendel in 1 ruk opengooiden. Met wat rukjes aan het stuurwiel deden ze het water opspatten in een vrij geslaagde poging om de dames aan boord lichtjes te laten gillen. "Shower, shower", riep er eentje de hele tijd. "Yes, very nice." Ik deelde hun mening dat het very nice was. Want de terugreis liep langs de stranden en rotsen van het grootste eiland Pulau Gaya dat helemaal bedekt is met onaangeroerd regenwoud.

maandag 10 augustus 2009

Eten op de Filipino markt




Eten vinden is in Maleisië nooit een probleem. De klok rond vind je allerhande restaurantjes en eetstalletjes die vaak de meest exotische zaken aanbieden. Vanavond kozen we voor de Filipino markt. Overdag niets meer dan een bloedhete betonnen vlakte bij de vissershaven, 's avonds een bonte mengeling van mensen, vis, groenten en natuurlijk allerlei kruiden. Die kruiden en specerijen (peper, nootmuskaat, kaneel, koriander, citroengras, diverse soorten gember, kruidnagel, ...) komen hier letterlijk vers van de boom of uit de grond.
De hele markt ruikt naar een mengeling van al dat lekkers dat men er aanbiedt. Bij de Filipijnen eten is simpel. De vis, kreeften, inktvis en andere zeevruchten worden er geroosterd gepresenteerd. Je kiest wat je wil, onderhandelt wat over de prijs, en eenmaal gekozen word je bestelling nog even op het houtskoolvuur gelegd.

Supervers allemaal en dat voor een, naar onze normen, spotprijs.
Je krijgt er het onvermijdelijke bord rijst bij, pikante pepersaus voor de liefhebbers, limoentjes niet groter dan een knikker, zeewier dat op kaviaar lijkt en een portie zoutkristallen. En dan maar smikkelen en smullen met je handen.

Religie, cultuur en natuur













Wij reizen om te leren. En vaak doe je er goed aan om even buiten de toeristendans te springen. Zowat iedere toerist die hier rondloopt in Kota Kinabalu straalt uit dat hij/zij perse de Mount Kinabalu moet beklimmen. Ons niet gelaten maar in Bako hebben we al ons deel van het klimwerk geleverd.
Neen, geen toeristendinges voor ons vandaag. We zijn in de dingen des levens van Borneo gedoken.
We gebruikten enkel de lokale bussen voor onze verplaatsingen en dat alleen al is een avontuur. Kleine krakkemikkige busjes brengen je voor 1 ringgit per persoon (= 20 eurocent) naar je bestemming. Pure reggae. Een jonge chauffeur en een nog veel jongere conducteur (geen uniformen, enkel jeans, een t-shirt en gymschoenen) laten de bus swingen op de laatste Maleisische hits die door de luidsprekertjes van het voertuig schallen. In 1 bus had de driver zelfs lichtjes geïnstalleerd die meedansten op de muziek.

In de voormiddag kwamen we zo in de stadsmoskee terecht. Een vrij koel gebouw waar we beleefd maar zonder enthousiasme ontvangen werden. Schoenen uit, Christel in een lang wit kleed en we mochten zonder bijkomende uitleg de moskee betreden. Veel was er niet te zien, behalve de waszaal voor de voeten, en we moesten snel vertrekken omdat het bijna tijd was voor het gebed. Geen ongelovigen in de buurt was het motto.

Een volgend busje met een zowaar nog coolere driver bracht ons naar het Sabah museum. Dat geeft de bezoeker een overzicht van de oude en recente geschiedenis van de provincie Sabah, de schitterende kledij die de inheemse bevolking droeg bij ceremonies, van de collectie aardewerk die het land rijk is en van de voornaamste dieren die er voorkomen (opgezette beestjes, vrij saai). Buiten staan enkele oude locomotieven van de North Borneo Railway op pensioen te zijn.

Op de parking van het museum staat een zeer eenvoudig eethuisje waar men voor ons een overheerlijke nasi goreng klaarmaakte met kip, eieren en morning glory (een winde achtige plant die hier als spinazie gegeten wordt). Wreed lekker en dit alles voor de ronde prijs van 11 ringgit (iets meer dan 2 euro), drankjes inbegrepen.

Met een goed gevulde maag begonnen we aan het bezoek van het Heritage Village dat vlak naast het museum ligt. Daar staan alle types van longhouses (lange bamboe hutten waar meerdere families van koppensnellers in samenwoonden) naast mekaar. Er bestaan hier ook dagtrips naar enkele Iban stammen die nog in die longhouses wonen. Maar die zijn zeer commercieel en van die stammen die dansjes doen voor de toeristen, en vooral voor de ringgits, zijn niet echt aan ons besteed. Het park was zeer educatief ingericht met centraal een prachtige waterpartij vol bloeiende Lotusbloemen, prachtige kikkers en kleurrijke libellen.

We waren van plan om ook het museum voor hedendaagse kunst te bezoeken maar dat ging niet door wegens een algehele stroompanne op de museumsite. Dit tot grote paniek van de museumdirectie die net een groep VIP's op bezoek kreeg.
We wandelden naar de nabijgelegen staatsmoskee. Een groter en kleurrijker gebouw dan de moskee die we 's ochtends bezocht hadden. Het gebouw kan op topdagen 6000 gelovigen ontvangen.

In tegenstelling tot onze eerste ervaring werden we hier zeer vriendelijk ontvangen. Janis Abdullah, een man van in de vijftig, was door de geloofsgemeenschap aangeduid om bezoekers te ontvangen. En dat deed hij in het beste Engels dat we in weken gehoord hebben. Ook hier moest Christel haar vrouwelijkheid verbergen in een lange mantel (kleur naar keuze) en ze kreeg een korte les in het correct opzetten van een hoofddoek.

De moskee ademde openheid uit. Zonder enig probleem mochten we met Janis binnen in de centrale gebedsruimte. Daar was hij volop bezig om ons op zeer boeiende wijze in te wijden in de geheimen van de Islam toen we onderbroken werden door een prachtige mannenstem die klagend door de ruimte galmde. Toen ik Janis Abdullah vroeg of dit een opname was bracht hij ons snel een verdieping hoger en daar zagen we de jongeman die live de oproep tot het gebed zong. Dit was een kippenvelmoment. De stemkwaliteit van de jongen was fenomenaal en de goed afgestelde klankinstallatie en de akoestiek van de moskee zorgden ervoor dat elke klank letterlijk door je lijf galmde. En dat hebben we op film staan want er was geen enkel probleem om te fotograferen en te filmen.

Na een kort bezoekje aan de gebedsruimte voor de vrouwen (toch wel een koel kot vergeleken met de rest van het gebouw) nam Janis ons weer mee naar de centrale gebedsruimte. De gelovigen stroomden toe voor het vier uur gebed en we werden uitgenodigd om ons in een hoekje te installeren en dit sacrale moment mee te maken. Dit zie ik in België nog niet snel gebeuren maar hier waren we echt welkom.

Na het gebed hebben we nog een hele tijd zitten praten met Janis Abdullah, over geloof en ongeloof, over vrede en extremisme, over de gebruiken binnen de Islam en van waar ze komen. Er kwam pas een einde aan het gesprek toen enkele andere bezoekers de moskee betraden en Janis hen moest opvangen. Hij stond er wel op om een foto van ons te maken in de moskee want hij had iets met fotografie zei hij. Een wat uitgeflitste foto op onze bezwete koppen (nog steeds meer dan 40°C in Borneo) maar het was goed bedoeld. Merci Janis!

We hebben veel bijgeleerd vandaag en mochten aanwezig zijn tijdens enkele momenten die ons aangegrepen hebben.

zondag 9 augustus 2009

Over varanen, koraalvlinders en rooie ruggen






Om 06u00 uur lokale tijd (= middernacht in België) sprongen we als jonge veulens uit ons hotelbed. Frisse douche,rugzakken klaargemaakt, snel ontbijt in de hotelkamer en om 07u00 stipt begonnen we aan de korte wandeling naar Jesselton Point, de vertrekplaats van de jetty's (speedboten) naar de eilanden voor de kust van Kota Kinabalu. Er zijn er 5 en we kozen ervoor om onze dag door te brengen op het kleinste eilandje Mamutik, amper 6 hectare groot. Dat beloofde het rustigste te zijn en dat was het ook. Een grote rots begroeid met jungle, langs de ene zijde een zeer steile wand en langs de andere kant een paradijselijk wit strand. We ontmoetten er Robinson Crusoe en je krijgt allemaal de groeten.

Gezien Mamutik minder populair is als bestemming moesten we tot 08u20 wachten voor we aan boord konden van onze jetty. Met amper 9 mensen aan boord kwam de boot vlot los van het water toen de bestuurder de 150 PK zware Yamaha buitenboordmotor deed brullen. Volle gas vlogen we letterlijk over de Zuid-Chinese zee en om de zoveel seconden raakte de jetty het wateroppervlak met een stevige klap. Pure fun om je 's ochtends op deze manier te verplaatsen doorheen het paradijs op aarde.

Nu, wat het paradijs is voor de enen is de hel voor de anderen. Bij het verlaten van Jesselton point passeer je voorbij Kampung Lok Urai, een dorp dat letterlijk op het water gebouwd is op Pulau Gaya, het grootse eiland voor de kust. Er wonen zo'n 6.000 illegalen, voornamelijk Filipino's, die Kota Kinabalu voorzien van goedkope arbeidskrachten. Dat is het tweeslachtige aan deze situatie. Deze mensen en hun nederzetting worden niet erkend door de overheid, maar ze zijn wel goed genoeg om het vuile werk op te knappen. (De foto van Kampung Lok Urai is uit de speedboot gemaakt, dus van wat mindere kwaliteit)

Veel tijd om te mijmeren was er niet, de buitenboordmotor had blijkbaar nog PK's over. Net niet genoeg om echt te beginnen vliegen. Dit tot groot jolijt van 3 lawaaierige Chinezen aan boord. Enkele minuten laten arriveerden we bij de aanlegsteiger van het eiland Sapi (Pulau Sapi) waar we verlost werden van de Chinezen. En toen waren we nog met 6.
Geen tijdverlies bij die Maleisiërs, gas open en zo mogelijk nog sneller richting Mamutik. Het was mijn doelstelling om echt als eerste voet aan wal te zetten en dat is ook gelukt. Het was nog doodkalm op het eiland en dat gaf me net genoeg tijd om de foto's te maken die ik wilde, zonder kwebbelende en poserende toeristen en met onaangeroerd zand.

Als toemaatje waggelde er een relatief grote varaan over het strand. Die koos het hazenpad maar gaf me de kans om hem in het tropische ochtendlicht te fotograferen. Dit deel van onze uitstap was reeds geslaagd. We zochten ons een schaduwrijk plaatsje uit onder een grote boom, sprongen uit onze kleren (jawel, we hadden onze zwempakken al aan)en doken in het 30 graden warme, azuurblauwe strandwater.
Pulau Mamutik bevindt zich in een natuurgebied. Daarom is er een afgebakende zone waar je mag zwemmen en snorkelen. Door onze duikbril zagen we snel waarom. De eerste 10 meter in zee was er enkel dood en afgebroken koraal te zien. Platgetrapt door het non-stop gewriemel van de dagjesmensen.
Maar eenmaal verder in de vrij ondiepe zee werd je meegezogen tussen scholen van bontgekleurde vissen: papegaaivissen, kleurrijke grondels, citroengele koraalvlinders, admiraalblauwe megazeesterren, anemoonvissen in allerlei versies (ja, we hebben Nemo gezien ;-)en heelder scholen kleine, middelgrote en hele grote vissen waar we de naam nog van moeten opzoeken.
Mamutik is een populaire bestemming voor diepzeeduikers die verder in zee naar the real stuff, de ongeschonden riffen gaan kijken. Wij hebben het als leken bij het snorkelen gehouden en dat was zeker meer dan de moeite waard.

We hadden zo'n waterdichte camera bij voor eenmalig gebruik. Of dat mooie onderwaterplaatjes zal opleveren valt af te wachten (en ook te betwijfelen). Maar de mooie kleuren van de tropische vissen blijven vermoedelijk voor altijd op ons netvlies bewaard. Mooie dingen voor de mensen.

In de tropen staat de zon pal boven je knikker, goeie bescherming is noodzakelijk. We gebruikten een waterresistente zonnecrème want bij het snorkelen zijn je rug en schouders voortdurend blootgesteld aan de zon. Maar zo waterresistent was ons flesje blijkbaar niet want als herinnering aan deze paradijselijke eilanddag hebben we nu allebei een gloeiende rug. Nu, iedere kermis is een geseling waard.

Net voor ons vertrek zagen we nog een klein reigertje vissen in de branding van de zee. Een grappig spektakel maar de reiger was wel succesvol. Hij pikte de visjes gewoon uit de golven. Bye bye Nemo.

Rond 17uOO werden we opgepikt door de jetty en wat later stonden we weer aan wal in Jesselton point. Net op tijd om de zon te zien ondergaan boven Pulau Gaya.