zondag 9 augustus 2009

Over varanen, koraalvlinders en rooie ruggen






Om 06u00 uur lokale tijd (= middernacht in België) sprongen we als jonge veulens uit ons hotelbed. Frisse douche,rugzakken klaargemaakt, snel ontbijt in de hotelkamer en om 07u00 stipt begonnen we aan de korte wandeling naar Jesselton Point, de vertrekplaats van de jetty's (speedboten) naar de eilanden voor de kust van Kota Kinabalu. Er zijn er 5 en we kozen ervoor om onze dag door te brengen op het kleinste eilandje Mamutik, amper 6 hectare groot. Dat beloofde het rustigste te zijn en dat was het ook. Een grote rots begroeid met jungle, langs de ene zijde een zeer steile wand en langs de andere kant een paradijselijk wit strand. We ontmoetten er Robinson Crusoe en je krijgt allemaal de groeten.

Gezien Mamutik minder populair is als bestemming moesten we tot 08u20 wachten voor we aan boord konden van onze jetty. Met amper 9 mensen aan boord kwam de boot vlot los van het water toen de bestuurder de 150 PK zware Yamaha buitenboordmotor deed brullen. Volle gas vlogen we letterlijk over de Zuid-Chinese zee en om de zoveel seconden raakte de jetty het wateroppervlak met een stevige klap. Pure fun om je 's ochtends op deze manier te verplaatsen doorheen het paradijs op aarde.

Nu, wat het paradijs is voor de enen is de hel voor de anderen. Bij het verlaten van Jesselton point passeer je voorbij Kampung Lok Urai, een dorp dat letterlijk op het water gebouwd is op Pulau Gaya, het grootse eiland voor de kust. Er wonen zo'n 6.000 illegalen, voornamelijk Filipino's, die Kota Kinabalu voorzien van goedkope arbeidskrachten. Dat is het tweeslachtige aan deze situatie. Deze mensen en hun nederzetting worden niet erkend door de overheid, maar ze zijn wel goed genoeg om het vuile werk op te knappen. (De foto van Kampung Lok Urai is uit de speedboot gemaakt, dus van wat mindere kwaliteit)

Veel tijd om te mijmeren was er niet, de buitenboordmotor had blijkbaar nog PK's over. Net niet genoeg om echt te beginnen vliegen. Dit tot groot jolijt van 3 lawaaierige Chinezen aan boord. Enkele minuten laten arriveerden we bij de aanlegsteiger van het eiland Sapi (Pulau Sapi) waar we verlost werden van de Chinezen. En toen waren we nog met 6.
Geen tijdverlies bij die Maleisiërs, gas open en zo mogelijk nog sneller richting Mamutik. Het was mijn doelstelling om echt als eerste voet aan wal te zetten en dat is ook gelukt. Het was nog doodkalm op het eiland en dat gaf me net genoeg tijd om de foto's te maken die ik wilde, zonder kwebbelende en poserende toeristen en met onaangeroerd zand.

Als toemaatje waggelde er een relatief grote varaan over het strand. Die koos het hazenpad maar gaf me de kans om hem in het tropische ochtendlicht te fotograferen. Dit deel van onze uitstap was reeds geslaagd. We zochten ons een schaduwrijk plaatsje uit onder een grote boom, sprongen uit onze kleren (jawel, we hadden onze zwempakken al aan)en doken in het 30 graden warme, azuurblauwe strandwater.
Pulau Mamutik bevindt zich in een natuurgebied. Daarom is er een afgebakende zone waar je mag zwemmen en snorkelen. Door onze duikbril zagen we snel waarom. De eerste 10 meter in zee was er enkel dood en afgebroken koraal te zien. Platgetrapt door het non-stop gewriemel van de dagjesmensen.
Maar eenmaal verder in de vrij ondiepe zee werd je meegezogen tussen scholen van bontgekleurde vissen: papegaaivissen, kleurrijke grondels, citroengele koraalvlinders, admiraalblauwe megazeesterren, anemoonvissen in allerlei versies (ja, we hebben Nemo gezien ;-)en heelder scholen kleine, middelgrote en hele grote vissen waar we de naam nog van moeten opzoeken.
Mamutik is een populaire bestemming voor diepzeeduikers die verder in zee naar the real stuff, de ongeschonden riffen gaan kijken. Wij hebben het als leken bij het snorkelen gehouden en dat was zeker meer dan de moeite waard.

We hadden zo'n waterdichte camera bij voor eenmalig gebruik. Of dat mooie onderwaterplaatjes zal opleveren valt af te wachten (en ook te betwijfelen). Maar de mooie kleuren van de tropische vissen blijven vermoedelijk voor altijd op ons netvlies bewaard. Mooie dingen voor de mensen.

In de tropen staat de zon pal boven je knikker, goeie bescherming is noodzakelijk. We gebruikten een waterresistente zonnecrème want bij het snorkelen zijn je rug en schouders voortdurend blootgesteld aan de zon. Maar zo waterresistent was ons flesje blijkbaar niet want als herinnering aan deze paradijselijke eilanddag hebben we nu allebei een gloeiende rug. Nu, iedere kermis is een geseling waard.

Net voor ons vertrek zagen we nog een klein reigertje vissen in de branding van de zee. Een grappig spektakel maar de reiger was wel succesvol. Hij pikte de visjes gewoon uit de golven. Bye bye Nemo.

Rond 17uOO werden we opgepikt door de jetty en wat later stonden we weer aan wal in Jesselton point. Net op tijd om de zon te zien ondergaan boven Pulau Gaya.