dinsdag 11 augustus 2009

Another day in paradise








Het was vandaag onze laatste volle dag in Kota Kinabalu want morgenavond vliegen we naar onze laatste én verste bestemming op Borneo: Sandakan gelegen aan de Sulu zee en vlakbij de Filipijnen. Terwijl ik dit schrijf (het is hier ondertussen al 21u30)plenst buiten de allereerste tropische regenbui sinds onze aankomst in Zuid-Oost Azië in alle hevigheid neer. Met licht en klankspel erbij. We hebben weer geluk want we zijn net terug gewandeld van ons avondmaal in een plaatselijk Chinees restaurant. Weer zo'n eetgelegenheid waar je je ogen uitkijkt als je de menukaart leest. Zeekomkommers, harige zeeslakken, haaienvinnen, tropische vissen en kreeften en kreeftjes in alle vormen, maten en kleuren. Bij het binnenkomen passeer je langs een enorme wand waar zeer grote aquariums 4 hoog gestapeld staan. Al die lekkere en ook vieze zeebeesten worden hier levend aangeboden. Wie dat wil kiest er eentje uit en betaalt per kilogram. Voor iedere keuze die je maakt biedt het restaurant tot 10 bereidingswijzen aan. Het zicht op die aquariums had iets indrukwekkends maar tezelfdertijd ook iets triestigs. Net de dodenrij in een Amerikaanse gevangenis waar levende wezens op hun executie zaten te wachten. Als ik denk aan datgene waar Gaia zich bij ons soms druk over zit te maken ...

Wij hebben het bij een eerder traditionele Chinese maaltijd gehouden met noedels, beetgaar gekookte groenten waarvan eentje zeer exotisch, zoetzure kip en haaienvinnensoep met een soort Sint-Jacobsvruchten. Ik weet het, het haaienbestand lijdt ernstig onder de visserij. Maar voor 1 keer heb ik mijn ogen gesloten om het echte ding eens te proeven. Moge het mij vergeven worden.

Voor de rest was het opnieuw een dag in het paradijs. Kort voor de middag stapten we aan boord van de jetty die ons aan de gekende hoge snelheid naar de eilanden bracht. We kozen deze keer voor het eiland Mamukan. En dat was een goeie keuze want op het warmste van de dag konden we er een mooie wandeling door het prachtige regenwoud maken. Dit onder de begeleiding van talloze hagedissen, opnieuw een grote varaan en zwart witte vlinders (vermoedelijk de Smaller Wood Nymph -Ideopsis Gaura) met een spanwijdte van minstens 10 cm die door het woud zweefden. Zelfs onder het bladerdak was het bloedheet en binnen de 15 minuten waren we weer kletsnat van het zweet.

Na het middagmaal op het strand doken we de zee in voor een verkenningstocht met snorkel en duikbril. Wat we te zien kregen was vele malen indrukwekkender dan maandag op het eiland Mamutik. Koralen met een omtrek van 2 meter, fel okergekleurde zakpijpen, poetsvisjes die grotere vissen ontdeden van hun parasieten, anemoonvissen die schijnaanvallen uitvoerden als we wat te dicht bij hun anemoon kwamen, en voor de rest tientallen soorten vissen die mekaar de loef afstaken met hun kleurenpracht.
Het water was zeer helder vandaag, zo helder dat ik vanop de steiger foto's kon maken van enkele vissen.
Tja, er bestaan slechtere manieren om een doordeweekse dinsdag door te brengen.
Rond de klok van vijven werden we opgepikt door een jetty met 2 cowboys van dienst aan het stuurwiel. De 2 motoren van 100 Pk loeiden toen ze de gashendel in 1 ruk opengooiden. Met wat rukjes aan het stuurwiel deden ze het water opspatten in een vrij geslaagde poging om de dames aan boord lichtjes te laten gillen. "Shower, shower", riep er eentje de hele tijd. "Yes, very nice." Ik deelde hun mening dat het very nice was. Want de terugreis liep langs de stranden en rotsen van het grootste eiland Pulau Gaya dat helemaal bedekt is met onaangeroerd regenwoud.

maandag 10 augustus 2009

Eten op de Filipino markt




Eten vinden is in Maleisië nooit een probleem. De klok rond vind je allerhande restaurantjes en eetstalletjes die vaak de meest exotische zaken aanbieden. Vanavond kozen we voor de Filipino markt. Overdag niets meer dan een bloedhete betonnen vlakte bij de vissershaven, 's avonds een bonte mengeling van mensen, vis, groenten en natuurlijk allerlei kruiden. Die kruiden en specerijen (peper, nootmuskaat, kaneel, koriander, citroengras, diverse soorten gember, kruidnagel, ...) komen hier letterlijk vers van de boom of uit de grond.
De hele markt ruikt naar een mengeling van al dat lekkers dat men er aanbiedt. Bij de Filipijnen eten is simpel. De vis, kreeften, inktvis en andere zeevruchten worden er geroosterd gepresenteerd. Je kiest wat je wil, onderhandelt wat over de prijs, en eenmaal gekozen word je bestelling nog even op het houtskoolvuur gelegd.

Supervers allemaal en dat voor een, naar onze normen, spotprijs.
Je krijgt er het onvermijdelijke bord rijst bij, pikante pepersaus voor de liefhebbers, limoentjes niet groter dan een knikker, zeewier dat op kaviaar lijkt en een portie zoutkristallen. En dan maar smikkelen en smullen met je handen.

Religie, cultuur en natuur













Wij reizen om te leren. En vaak doe je er goed aan om even buiten de toeristendans te springen. Zowat iedere toerist die hier rondloopt in Kota Kinabalu straalt uit dat hij/zij perse de Mount Kinabalu moet beklimmen. Ons niet gelaten maar in Bako hebben we al ons deel van het klimwerk geleverd.
Neen, geen toeristendinges voor ons vandaag. We zijn in de dingen des levens van Borneo gedoken.
We gebruikten enkel de lokale bussen voor onze verplaatsingen en dat alleen al is een avontuur. Kleine krakkemikkige busjes brengen je voor 1 ringgit per persoon (= 20 eurocent) naar je bestemming. Pure reggae. Een jonge chauffeur en een nog veel jongere conducteur (geen uniformen, enkel jeans, een t-shirt en gymschoenen) laten de bus swingen op de laatste Maleisische hits die door de luidsprekertjes van het voertuig schallen. In 1 bus had de driver zelfs lichtjes geïnstalleerd die meedansten op de muziek.

In de voormiddag kwamen we zo in de stadsmoskee terecht. Een vrij koel gebouw waar we beleefd maar zonder enthousiasme ontvangen werden. Schoenen uit, Christel in een lang wit kleed en we mochten zonder bijkomende uitleg de moskee betreden. Veel was er niet te zien, behalve de waszaal voor de voeten, en we moesten snel vertrekken omdat het bijna tijd was voor het gebed. Geen ongelovigen in de buurt was het motto.

Een volgend busje met een zowaar nog coolere driver bracht ons naar het Sabah museum. Dat geeft de bezoeker een overzicht van de oude en recente geschiedenis van de provincie Sabah, de schitterende kledij die de inheemse bevolking droeg bij ceremonies, van de collectie aardewerk die het land rijk is en van de voornaamste dieren die er voorkomen (opgezette beestjes, vrij saai). Buiten staan enkele oude locomotieven van de North Borneo Railway op pensioen te zijn.

Op de parking van het museum staat een zeer eenvoudig eethuisje waar men voor ons een overheerlijke nasi goreng klaarmaakte met kip, eieren en morning glory (een winde achtige plant die hier als spinazie gegeten wordt). Wreed lekker en dit alles voor de ronde prijs van 11 ringgit (iets meer dan 2 euro), drankjes inbegrepen.

Met een goed gevulde maag begonnen we aan het bezoek van het Heritage Village dat vlak naast het museum ligt. Daar staan alle types van longhouses (lange bamboe hutten waar meerdere families van koppensnellers in samenwoonden) naast mekaar. Er bestaan hier ook dagtrips naar enkele Iban stammen die nog in die longhouses wonen. Maar die zijn zeer commercieel en van die stammen die dansjes doen voor de toeristen, en vooral voor de ringgits, zijn niet echt aan ons besteed. Het park was zeer educatief ingericht met centraal een prachtige waterpartij vol bloeiende Lotusbloemen, prachtige kikkers en kleurrijke libellen.

We waren van plan om ook het museum voor hedendaagse kunst te bezoeken maar dat ging niet door wegens een algehele stroompanne op de museumsite. Dit tot grote paniek van de museumdirectie die net een groep VIP's op bezoek kreeg.
We wandelden naar de nabijgelegen staatsmoskee. Een groter en kleurrijker gebouw dan de moskee die we 's ochtends bezocht hadden. Het gebouw kan op topdagen 6000 gelovigen ontvangen.

In tegenstelling tot onze eerste ervaring werden we hier zeer vriendelijk ontvangen. Janis Abdullah, een man van in de vijftig, was door de geloofsgemeenschap aangeduid om bezoekers te ontvangen. En dat deed hij in het beste Engels dat we in weken gehoord hebben. Ook hier moest Christel haar vrouwelijkheid verbergen in een lange mantel (kleur naar keuze) en ze kreeg een korte les in het correct opzetten van een hoofddoek.

De moskee ademde openheid uit. Zonder enig probleem mochten we met Janis binnen in de centrale gebedsruimte. Daar was hij volop bezig om ons op zeer boeiende wijze in te wijden in de geheimen van de Islam toen we onderbroken werden door een prachtige mannenstem die klagend door de ruimte galmde. Toen ik Janis Abdullah vroeg of dit een opname was bracht hij ons snel een verdieping hoger en daar zagen we de jongeman die live de oproep tot het gebed zong. Dit was een kippenvelmoment. De stemkwaliteit van de jongen was fenomenaal en de goed afgestelde klankinstallatie en de akoestiek van de moskee zorgden ervoor dat elke klank letterlijk door je lijf galmde. En dat hebben we op film staan want er was geen enkel probleem om te fotograferen en te filmen.

Na een kort bezoekje aan de gebedsruimte voor de vrouwen (toch wel een koel kot vergeleken met de rest van het gebouw) nam Janis ons weer mee naar de centrale gebedsruimte. De gelovigen stroomden toe voor het vier uur gebed en we werden uitgenodigd om ons in een hoekje te installeren en dit sacrale moment mee te maken. Dit zie ik in België nog niet snel gebeuren maar hier waren we echt welkom.

Na het gebed hebben we nog een hele tijd zitten praten met Janis Abdullah, over geloof en ongeloof, over vrede en extremisme, over de gebruiken binnen de Islam en van waar ze komen. Er kwam pas een einde aan het gesprek toen enkele andere bezoekers de moskee betraden en Janis hen moest opvangen. Hij stond er wel op om een foto van ons te maken in de moskee want hij had iets met fotografie zei hij. Een wat uitgeflitste foto op onze bezwete koppen (nog steeds meer dan 40°C in Borneo) maar het was goed bedoeld. Merci Janis!

We hebben veel bijgeleerd vandaag en mochten aanwezig zijn tijdens enkele momenten die ons aangegrepen hebben.

zondag 9 augustus 2009

Over varanen, koraalvlinders en rooie ruggen






Om 06u00 uur lokale tijd (= middernacht in België) sprongen we als jonge veulens uit ons hotelbed. Frisse douche,rugzakken klaargemaakt, snel ontbijt in de hotelkamer en om 07u00 stipt begonnen we aan de korte wandeling naar Jesselton Point, de vertrekplaats van de jetty's (speedboten) naar de eilanden voor de kust van Kota Kinabalu. Er zijn er 5 en we kozen ervoor om onze dag door te brengen op het kleinste eilandje Mamutik, amper 6 hectare groot. Dat beloofde het rustigste te zijn en dat was het ook. Een grote rots begroeid met jungle, langs de ene zijde een zeer steile wand en langs de andere kant een paradijselijk wit strand. We ontmoetten er Robinson Crusoe en je krijgt allemaal de groeten.

Gezien Mamutik minder populair is als bestemming moesten we tot 08u20 wachten voor we aan boord konden van onze jetty. Met amper 9 mensen aan boord kwam de boot vlot los van het water toen de bestuurder de 150 PK zware Yamaha buitenboordmotor deed brullen. Volle gas vlogen we letterlijk over de Zuid-Chinese zee en om de zoveel seconden raakte de jetty het wateroppervlak met een stevige klap. Pure fun om je 's ochtends op deze manier te verplaatsen doorheen het paradijs op aarde.

Nu, wat het paradijs is voor de enen is de hel voor de anderen. Bij het verlaten van Jesselton point passeer je voorbij Kampung Lok Urai, een dorp dat letterlijk op het water gebouwd is op Pulau Gaya, het grootse eiland voor de kust. Er wonen zo'n 6.000 illegalen, voornamelijk Filipino's, die Kota Kinabalu voorzien van goedkope arbeidskrachten. Dat is het tweeslachtige aan deze situatie. Deze mensen en hun nederzetting worden niet erkend door de overheid, maar ze zijn wel goed genoeg om het vuile werk op te knappen. (De foto van Kampung Lok Urai is uit de speedboot gemaakt, dus van wat mindere kwaliteit)

Veel tijd om te mijmeren was er niet, de buitenboordmotor had blijkbaar nog PK's over. Net niet genoeg om echt te beginnen vliegen. Dit tot groot jolijt van 3 lawaaierige Chinezen aan boord. Enkele minuten laten arriveerden we bij de aanlegsteiger van het eiland Sapi (Pulau Sapi) waar we verlost werden van de Chinezen. En toen waren we nog met 6.
Geen tijdverlies bij die Maleisiërs, gas open en zo mogelijk nog sneller richting Mamutik. Het was mijn doelstelling om echt als eerste voet aan wal te zetten en dat is ook gelukt. Het was nog doodkalm op het eiland en dat gaf me net genoeg tijd om de foto's te maken die ik wilde, zonder kwebbelende en poserende toeristen en met onaangeroerd zand.

Als toemaatje waggelde er een relatief grote varaan over het strand. Die koos het hazenpad maar gaf me de kans om hem in het tropische ochtendlicht te fotograferen. Dit deel van onze uitstap was reeds geslaagd. We zochten ons een schaduwrijk plaatsje uit onder een grote boom, sprongen uit onze kleren (jawel, we hadden onze zwempakken al aan)en doken in het 30 graden warme, azuurblauwe strandwater.
Pulau Mamutik bevindt zich in een natuurgebied. Daarom is er een afgebakende zone waar je mag zwemmen en snorkelen. Door onze duikbril zagen we snel waarom. De eerste 10 meter in zee was er enkel dood en afgebroken koraal te zien. Platgetrapt door het non-stop gewriemel van de dagjesmensen.
Maar eenmaal verder in de vrij ondiepe zee werd je meegezogen tussen scholen van bontgekleurde vissen: papegaaivissen, kleurrijke grondels, citroengele koraalvlinders, admiraalblauwe megazeesterren, anemoonvissen in allerlei versies (ja, we hebben Nemo gezien ;-)en heelder scholen kleine, middelgrote en hele grote vissen waar we de naam nog van moeten opzoeken.
Mamutik is een populaire bestemming voor diepzeeduikers die verder in zee naar the real stuff, de ongeschonden riffen gaan kijken. Wij hebben het als leken bij het snorkelen gehouden en dat was zeker meer dan de moeite waard.

We hadden zo'n waterdichte camera bij voor eenmalig gebruik. Of dat mooie onderwaterplaatjes zal opleveren valt af te wachten (en ook te betwijfelen). Maar de mooie kleuren van de tropische vissen blijven vermoedelijk voor altijd op ons netvlies bewaard. Mooie dingen voor de mensen.

In de tropen staat de zon pal boven je knikker, goeie bescherming is noodzakelijk. We gebruikten een waterresistente zonnecrème want bij het snorkelen zijn je rug en schouders voortdurend blootgesteld aan de zon. Maar zo waterresistent was ons flesje blijkbaar niet want als herinnering aan deze paradijselijke eilanddag hebben we nu allebei een gloeiende rug. Nu, iedere kermis is een geseling waard.

Net voor ons vertrek zagen we nog een klein reigertje vissen in de branding van de zee. Een grappig spektakel maar de reiger was wel succesvol. Hij pikte de visjes gewoon uit de golven. Bye bye Nemo.

Rond 17uOO werden we opgepikt door de jetty en wat later stonden we weer aan wal in Jesselton point. Net op tijd om de zon te zien ondergaan boven Pulau Gaya.

zaterdag 8 augustus 2009

Klaar voor de eilanden





Gisterenavond hebben we ons even in het Aziatisch vertier bij uitstek gestort: karaoke. Neen, zelf zingen hebben we niet gedaan. We hebben geobserveerd hoe je hier staande ovaties kunt krijgen als je kattenvals begint te zingen. Het is gewoon fenomenaal en dat gekweel heeft volgens ons onherstelbare schade aangericht aan ons goed ontwikkeld muzikaal gevoel. Kota Kinabalu is een vrij grote stad en ze ademt dan ook uit wat Azië anders maakt dan andere continenten. Je moet hierheen komen om te begrijpen wat we bedoelen. Het is een mix van allerhande elektronische spulletjes en gadgets, massa's kitch en levende reclame. Zo wandelden er gisterenavond plots 2 kortgerokte deernen de karaokebar binnen met draagbare en flashy verlichte vitrines vol lokale sigaretten. "Zou je die niet eens proberen?", vroeg Christel. En ik zei natuurlijk direct ja. Ze had het echter niet over de verkoopsters. Klein misverstandje dat al lang weer goedgemaakt is ;-)

In de voormiddag gingen we op wandel langs de zeekaai. Een veelheid van kraampjes en stalletjes stonden er op ons te wachten: verse vis en kreeftjes in de mooiste tropische kleuren, vieze gedroogde zeekomkommers ( very nice to make soup sir), 1000 keer dezelfde souvenirs voor de kuddes toeristen en heel wat dingen waar we de naam niet van kennen. Er is een binnenmarkt voor groenten en kip maar die lieten we na enkele minuten voor wat ze was. De geur van de rauwe kippen, volledig of verdeeld in alle mogelijke onderdelen, was echt misselijkmakend. Hier in Maleisië overdrijven ze over de Mexicaanse griep (Er heerst een collectieve smetvrees die lekker aangemoedigd wordt door de Eerste Minister en de pers. Er zijn 27 miljoen inwoners, 1400 gevallen van de griep en, hou je vast, 14 doden tot op heden. In de pers roept de regering op om alle geplande bijeenkomsten af te gelasten!? Elke dag zie je meer mensen met de gekende mondmaskertjes.) maar van Europese normen inzake voedselveiligheid is in de verste verte geen sprake. Al vinden wij al langer dat men in Europa zwaar overdrijft wat de voedselveiligheid betreft.

Leuk was wel dat we op een marktje eindelijk wat Salak, ook snakefruit genoemd, vonden. Een heel speciale vrucht met een schil als slangenhuid. Wat de smaakt betreft, die zit tussen zoete meloen en lichi. Ik leerde die kennen in Indonesië en had die sinds vorige zomer niet meer geproefd.

Na het nuttigen van heerlijk vers geperst vruchtensap gingen we richting Jesselton Point, de plaats van waaruit de speedbootjes vertrekken naar de eilanden voor de kust. We hebben inlichtingen ingewonnen en weten nu dat 90% van de toeristen kiezen voor de 2 grootste eilanden: daar staan restaurants en dergelijke dingen meer.
Niet ons ding dus varen we morgen voor dag en dauw naar een klein eilandje met enkel palmbomen, wit zand en een koraalrif vlak voor de kust. De rest van de dag brachten we door met het inslaan van mondvoorraad en enkele benodigdheden voor het snorkelen.

vrijdag 7 augustus 2009

Veilig aangekomen in Kota Kinabalu


Na een rustige vlucht zijn we probleemloos aangekomen in Kota Kinabalu, de hoofdstad van de provincie Sabah in het Oosten van Borneo.
We logeren er in het Best Western Daya Hotel en dat valt best mee. We zitten op wandelafstand van de zeedijk en van het punt van waar de speedbootjes vertrekken naar het Tunku Abdul Rahman Park: 5 paradijselijke eilanden voor de kust op amper 20 minuten varen. Daar kan je natuurwandelingen maken, snorkelen tussen de koraalriffen en lekker genieten van het tropenweer op de witte stranden. Ons hoor je niet klagen, de komende 5 dagen zal verveling absoluut niet in ons woordenboek staan. Niet dat dit anders het geval is ;-)

Vrijdag Vliegdag


Voila, we zijn klaar voor onze volgende vlucht. Rond 15u00 gaan we aan boord van de Boeing 737-400 van Malaysia Airlines die ons naar Kota Kinabalu zal brengen. We passeren onze tijd in het Starbucks koffiehuis dat je in zowat elke luchthaven kunt vinden. En als je bereid bent om een halve minuut reclame te bekijken dan kan je hier gratis op het internet surfen.
De luchthaven van Kuching is klein maar zeer modern. En zoals alle grote gebouwen hier in Maleisië ook super netjes.
We lezen op het web dat het in België puffen en zweten is. Hier blijft het super heet en vochtig. Al zorgt een briesje vandaag toch voor een beetje afkoeling. Goodbye Kuching and Kota Kinabalu, here we come!